Stoomcursus Grafische Taal

Stoomcursus Grafische Taal

Beknopt overzicht en uitleg van grafische woorden

Elk vakgebied spreekt zijn eigen taal. Ook de grafische wereld heeft zo zijn eigen jargon. Wellicht bent u het al eens tegengekomen. U laat iets ontwerpen of vraagt een offerte aan en de grafische termen ‘vliegen om uw oren’ en u staat met de spreekwoordelijke mond vol tanden. We staan u daarom graag bij met deze beknopte stoomcursus Grafische Taal. :)

 

Papier

De A-standaard is een serie van papierformaten. Elk opvolgend formaat is tweemaal kleiner dan zijn voorganger.
A0: 840 x 1188 mm.  |  A1: 594 x 840 mm.  |  A2: 420 x 594 mm.  |  A3: 297 x 420 mm.  | 
A4: 210 x 297 mm.  |  A5: 148,5 x 210 mm.  |  A6: 105 x 148,5 mm.  |  A7: 74 x 105 mm.  | 
A8: 53 x 74 mm.    

Plano
Een ongevouwen vel papier. Het heeft het oorspronkelijk formaat en moet nog worden gevouwen naar het eindformaat.

Lees hier meer weetjes over papier.

 

Ontwerp & opmaak

Tekst

Typografie
De kunst van het vormgeven, zetten en drukken van tekst, zowel voor functionele als esthetische doeleinden.

Lettertype / font
Een lettertype is in de typografie een stilistisch samenhangende set tekens (letterfamilie) die meestal letters, cijfers en leestekens uitbeelden.

Corps (Korps)
Lettergrote, meestal aangegeven in punten (pt).

Onderkast
De kleine letters. Deze werden vroeger in de letterkasten (loodzetsel) in het onderste gedeelte opgeborgen, vandaar de term onderkast.

Klein kapitalen
Hoofdletters welke net zo groot zijn als de normale onderkast letters.

Kapitalen
Hoofdletters

Kopij
De te zetten teksten aanleveren, getypt en voorzien van aanwijzingen met betrekking tot kapitaal zetten, vet-zetten (bold), cursief (italic), etc.

Platte tekst
Een niet opgemaakte tekst.

Schreef (serif)
Kleine dwarsstreepjes aan een lettertype, zoals deze leestekst.

Schreefloos (sans)
Geen kleine dwarsstreepjes aan een lettertype.

Interlinie
De afstand tussen 2 regels.

Laten lijnen of uitlijnen
Er voor zorgen dat tekst en beeld op één lijn staan of een haakse hoek maken met elkaar.

 

Zetspiegel
Het bedrukte deel van een pagina (tekst). Doordat een pagina nooit geheel bedrukt kan worden, bevinden zich om de zetspiegel heen witte randen, de witmarges. Een deel van de zetspiegel kan echter tot de rand van het bedrukte blad doorlopen: voornamelijk beeldmateriaal, zodanig dat er buiten de illustratie geen wit meer is. De illustraties heten dan ‘aflopend’.

Bladspiegel
de bladspiegel van een (gedrukte) pagina is de indeling van die pagina, bekeken als de verhouding tussen de zetspiegel (het bedrukte gedeelte) en de marges (onbedrukte witranden).

Oblong
Liggend formaat.

Afloop
Het bedrukte gedeelte loopt door tot de rand van het papier. Hiervoor moet de opmaak minimaal 3 mm groter zijn aan de aflopende zijdes.

Katern
Een plano drukvel, met daarop meerdere pagina's, wordt na het drukken gevouwen tot een katern. Een boek of brochure kan bestaan uit meerdere katerns, die verzameld of vergaard worden en vervolgens (bijvoorbeeld met een omslag) worden samengevoegd tot een boek of brochure.

Resolutie/dpi
De term resolutie omschrijft de scherpte of gedetailleerdheid van een afbeelding. Deze scherpte wordt uitgebeeld in dpi (dots per inch), oftewel het aantal pixels per vierkante inch. Afbeeldingen die je op internet tegenkomt hebben bijna altijd een resolutie van 72 dpi, zodat de afbeelding snel inlaadt op een online applicatie. Voor drukwerk is een minimum van 300 dpi vereist. Dit zorgt voor scherpe beelden.

Huisstijl
Terugkerende vormgeving van een bedrijf of organisatie die in alle visuele uitingen wordt toegepast. (vastgelegde regels over het gebruik van lettertypes, kleur en grootte van het logo) Door een herkenbare stijl en bijhorende kleuren krijgt het bedrijf of organisatie een herkenbaar gezicht.

Branding
Het geheel van activiteiten dat gericht is op het op een positieve manier beïnvloeden van de positionering van het merk.

Drukproef
Een redelijk nauwkeurige weergave van de pagina's zoals deze er uiteindelijk gedrukt uit komen te zien.

 

Kleuren

CMYK
De afkorting voor drukkleuren Cyaan, Magenta, Yellow en Key (zwart). Alle tinten zichtbaar op drukwerk komen voort uit deze kleuren. Cyaan, Magenta en Yellow verzorgen samen het hele scala aan kleuren.

PMS
PMS staat voor Pantone Matching System. De kleuren in dit systeem zijn kleurcoderingen waardoor het reproduceren van bepaalde tinten mogelijk is. PMS kleuren worden o.a. toegepast in een logo en huisstijl dat bijvoorbeeld maar uit 2 kleuren mag bestaan. De kosten voor 2 kleurendruk zijn doorgaans lager dan full colour drukwerk.

RGB
De gangbare afkorting voor Rood, Groen en Blauw. Dit zijn de primaire kleuren gebaseerd op licht. Dus geen verf of inkt. RGB kleuren worden gebruikt voor de weergave op beeldschermen en is ongeschikt voor het drukproces. Om toch gedrukt te worden moeten RGB kleuren worden omgezet worden naar CMYK kleuren.

 

Drukken

Bedrukking
De bedrukking wordt aangeduid door twee getallen. Bijvoorbeeld 4/1. Het getal geeft aan hoeveel kleuren van CMYK worden gebruikt. In het geval van 4 wordt het full colour gedrukt. Beide getallen corresponderen met de voor- en achterzijde. 4/0 bedrukking laat zien dat voorzijde wel maar de achterzijde niet wordt bedrukt. Natuurlijk zijn er vele variaties mogelijk, zoals bijvoorbeeld 2/0 bedrukking. De 2 kunnen dan ook twee PMS kleuren zijn.

(Spot)UV-lak
Een speciale lak ter veredeling van drukwerk. Deze lak wordt op drukwerk aangebracht indien een hoogglanzend effect dient te worden bereikt. De lak kan worden ‘gespot’, dat wil zeggen plaatselijk aanbrengen.

 

Nabewerking

Veredeling
Het verfraaien van drukwerk, door er bijvoorbeeld (goud)folie op aan te brengen, een glanzende laklaag of een beschermend laminaat.

Blinddruk of preeg
Door middel van een (meestal metalen) stempel en contrastempel, wordt een afbeelding, zonder inkt, in reliëf in het papier gedrukt.

Stansen
Met behulp van een stansmes, een van te voren bedachte vorm in één keer snijden/uitdrukken uit papier. 

Rillen
Een groef in papier of karton aanbrengen zodat het makkelijk en recht gevouwen kan worden.

Couverteren
Het machinaal vouwen en insteken van items in een envelop.

 

Bindwijze

Gehecht gebrocheerd (brocheren)
gebonden d.m.v. nieten en vouwen.

Garenloos binden
Bindwijze waarbij de rug van het boekblok wordt weggesneden of -gefreesd en door middel van lijming in het omslag wordt gehangen.

Genaaid gebrocheerd
Bij deze methode worden de katernen eerst aan elkaar genaaid en vervolgens gelijmd in het omslag.

Genaaid-gebonden (met harde kaft)
De katernen worden eerst genaaid en aan een strook gaas gelijmd. Daarna wordt het geheel in een harde omslag gelijmd.

 

Meer leren? Zie http://www.grafische-termen.nl/a